In 2017 zijn in Nederland 530.568 dierproeven geregistreerd. Dit zijn er 80.694 (17,9%) dierproeven minder dan in 2016, dit blijkt uit de jaarlijkse rapportage Zo doende 2017 van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).

Het uitgangspunt bij proefdieren en dierproeven in Nederland is borging van het dierenwelzijn en een respectvolle omgang met dieren. Voormalig staatsecretaris Dijksma van Economische Zaken zei daarover in haar 'Plan van aanpak dierproeven en alternatieven'. "Mijn lijn is ‘nee, tenzij’: alleen een dierproef als er geen alternatief is. Ik wil toe naar zo min mogelijk dierproeven en waar ze onvermijdelijk zijn naar optimale verfijning, vervanging en vermindering (de 3V’s)."

Zo min mogelijk dierproeven

Daar waar mogelijk wordt het gebruik van levende dieren voor wetenschappelijke doeleinden vervangen door andere methoden waarbij geen levende dieren worden gebruikt. Desondanks zijn dierproeven op dit moment nog noodzakelijk om de gezondheid en veiligheid van mens en milieu te bestuderen en te beschermen. Door onderzoek naar nieuwe 3V-methoden streven onderzoekers en beleidsmakers nationaal en internationaal naar zo min mogelijk dierproeven. Er komen steeds meer technologische ontwikkelingen die helpen bij het terugdringen van van dierproeven. Denk daarbij aan beeldvormende technieken, organen-op-een-chip, nanotechnologie en genomics technologie.

Doelen

In Nederland worden dierproeven uitgevoerd voor doelen die in de Wet op de dierproeven benoemd zijn. Het gaat daarbij onder meer om:

  • Fundamenteel wetenschappelijk onderzoek
  • Toegepast en omzettingsgericht onderzoek
  • Bescherming van het milieu
  • Bescherming van diersoorten
  • Onderwijs
  • Krachtens wetgeving vereiste toxicologische en veiligheidstesten
  • Fok met ongerief, niet gebruikt in dierproeven