Hart- en vaatziekten vormen samen met kanker de belangrijkste doodsoorzaken van de westerse wereld. Het aantal dierproeven dat uitgevoerd is voor wetenschappelijk onderzoek naar hart- en vaatziekten schommelt de laatste 10 jaar enigszins.

Bestaande dierproeven

Er bestaat een breed scala aan ziektebeelden en onderzoeksmodellen. Er zijn conceptuele, fysiologische en therapeutische modellen. Enkele voorbeelden zijn:

  • artherosclerose modellen, meestal uitgevoerd in genetisch gemodificeerde muizen;
  • infarct modellen om een hartinfarct op te wekken;
  • modellen voor hartfalen door Thoracic Aorta Constriction (TAC), angeotensine en pacing;
  • hypertensie modellen om hoge bloeddruk modelleren;
  • Ischemic Hind Limb model om ziekten aan de arteriën te modelleren.

Trends

Het belang van dierenproeven neemt toe in het mechanistisch onderzoek, maar neemt af in het late pre-klinische onderzoek. Tegenwoordig worden behandelingen al in een eerder stadium in mensen getest dan vroeger gebruikelijk was. De effectiviteit van een behandeling in de mens blijkt toch vaak moeilijk te voorspellen in diermodellen. Daarom wordt alleen de veiligheid nog getest in dieren.

Steeds vaker worden genetisch gemodificeerde muizen en zebravissen gebruikt. Bij muis en zebravis is het hele genoom bekend en zijn genen relatief eenvoudig aan en uit te zetten. Zebravissen zijn de eerste drie dagen van hun leven doorzichtig en zijn daardoor heel geschikt voor de bestudering van embryologische ontwikkeling. Grotere dieren worden alleen gebruikt in de eindfase van preklinisch onderzoek. Bijvoorbeeld implantatiematerialen worden getest in geringe aantallen varkens, geiten en schapen.

Bij chronische modellen met genetisch gemodificeerde muizen worden vaker metingen verricht aan het dier. Daardoor neemt het ongerief mogelijk toe. Ook de toename van beenmergtransplantaties kan leiden tot meer ongerief.

Alternatieven

Verschillende alternatieven worden gebruikt en verder ontwikkeld, bijvoorbeeld:

  • Cellijnen en hybridoma’s die grote hoeveelheden antilichamen kunnen produceren, worden gebruikt ten bate van het signaleren van indicatoren voor een hartinfarct. Cellijnen zijn ook belangrijk bij het fundamentele onderzoek.
  • Met tissue engineering kunnen bloedvaten of andere weefsels gemodelleerd worden. Met stamcellen zijn embryoachtige structuren te maken, om de embryologische ontwikkeling van hart en bloedvaatstelsel te bestuderen.
  • Genomics technieken worden gebruikt bij onderzoek naar intracellulaire eiwitten en andere biomarkers. Dat zal door de opkomst van de genetisch gemodificeerde muis waarschijnlijk leiden tot een stijging van het aantal dierproeven. Toxicogenomics kan echter tot vermindering en vervanging leiden, vooral binnen high- through put tests die geneesmiddelen testen op veiligheid.
  • Ontwikkelingen rond anesthesie kunnen in de toekomst bijdragen aan verfijning.
  • Telemetriesensoren geven meer informatie uit de bewuste toestand waardoor veel minder dieren nodig zijn.
  • In vivo imaging: MRI scan, CT scans, whole body imaging dragen bij aan verfijning.