Vermindering gaat om het terugbrengen van het aantal dieren dat nodig is voor een onderzoek. Het gebeurt op dusdanige wijze dat betrouwbare en valide onderzoeksresultaten worden verzameld.

Nadenken over vermindering begint al bij de opzet van een experiment. De onderzoeker draagt zelf verantwoordelijkheid voor het aantal benodigde dieren. Door nieuwe statistische methoden of een betere onderzoeksopzet, kan het aantal benodigde dieren in bepaalde experimenten sterk worden teruggebracht. Vermindering is mogelijk door bijvoorbeeld verbeterde meetinstrumenten, beeldvormende technieken en standaardisatie. Geavanceerde onderzoeksmethoden bieden de mogelijkheid om gedurende langere tijd regelmatig metingen te verrichten aan hetzelfde dier. Negatief effect hiervan zou kunnen zijn dat het individuele dier wordt blootgesteld aan meer ongerief.

Het is en blijft belangrijk om de opzet van elke nieuwe dierproef vooraf kritisch te bekijken. Vaak zijn er (3V) aanpassingen mogelijk. Ook dierproeven in routinematig en regulatoir onderzoek moeten met enige regelmaat bekeken worden op de mogelijkheden van de 3V's. Ontwikkelingen in het 3V-onderzoek gaan immers door en er komen steeds nieuwe best practices. Een goed voorbeeld hiervan is het weglaten van de tweede generatie van reprotox-testen.

Meer informatie over tweede generatie reprotox-testen

A.H. Piersma et al. On the impact of second generation mating and offspring in multi-generation reproductive toxicity studies on classification and labelling of substances. Regul Toxicol Pharmacol. 2011 Nov;61(2):251-60. Epub 2011 Aug 23.