Op 8 oktober 2025 organiseerden het NCad en IvD-Platform het 9e Harry Blom beraad over het thema Empathie van dier naar dier, mens naar dier en vice versa. Een aansprekend onderwerp waarvoor veel belangstelling was. Zo’n 250 mensen volgden dit jaar ons beraad, in digitale of fysieke vorm. En daarmee trok deze editie nog meer geïnteresseerden uit Nederland en België dan voorgaande edities.

In deze editie van het Harry Blom-beraad kwamen verschillende experts aan het woord om ons te informeren over het thema empathie. Wat is het verschil tussen empathie en sympathie en is er empathie tussen dieren onderling en tussen mens en dier? Voorafgaand aan elk praatje kregen de aanwezigen een stelling over het onderwerp en kon men reageren met rode of groene kaartjes. En online kon men een poll invullen. Na elk praatje was er tijd om vragen te stellen.

The Neurobiology of empathy across species 

Christian Keysers leidt het Social Brain Lab aan het Nederlands Instituut voor Neurowetenschappen en is hoogleraar Sociale Neurowetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam. Hij nam ons mee in de wereld van empathie. Empathie is een breed begrip, maar draait om emotionele besmetting: je neemt de gevoelens van een ander waar en voelt deze zelf ook. De mate van empathie is biologisch bepaald, maar mensen kunnen dit systeem wel bewust reguleren.

Ook dieren kennen empathie. In experimenten met knaagdieren bleek dat een geschrokken dier een ander dier angstig maakt, terwijl een rustig dier juist kalmerend werkt. Dit verschijnsel, 'social contagion', komt vrijwel overal in het dierenrijk voor (bij insecten, vissen, vogels en zoogdieren) en zelfs tussen verschillende diersoorten. Hersenonderzoek toont aan dat mensen en dieren grotendeels dezelfde biologische mechanismen gebruiken om de gevoelens van anderen te ervaren.

Empathie is waarschijnlijk ontstaan uit een egoïstisch, overlevingsgericht mechanisme: een dier dat gevaar opmerkt, waarschuwt soortgenoten via emotionele besmetting. Toch leidt empathie niet altijd tot eigenbelang. Zo laten ratten een beloning liggen als zij daarmee een schok voor een soortgenoot kunnen voorkomen. Deze inzichten zijn belangrijk voor de dierhouderij en het proefdieronderzoek. Omdat dieren elkaars emoties sterk oppikken, vraagt dit om een zorgvuldige benadering van huisvesting, zodat het welzijn van dieren zo goed mogelijk wordt gewaarborgd.

Houden van dieren – om op te eten 

Karel de Greef werkt bij Wageningen Livestock Research en is opgeleid als dierwetenschapper en lid van de Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA), een adviesraad voor de overheid. Karel liet zien hoe onze omgang met dieren in de loop der tijd is veranderd, van werkdier naar huisdier. Dierenwelzijn in de veehouderij gaat vooral over de keuzes die mensen voor dieren maken. Dieren worden gehouden om er iets aan te verdienen, maar tegelijk willen we er zorgvuldig mee omgaan. In dat spanningsveld speelt de ethische discussie zich af.

Sinds de jaren vijftig is de veehouderij steeds intensiever geworden en is het maatschappelijke ongemak hierover is toegenomen. Nederlanders vinden dierenwelzijn belangrijk: met gemiddeld een 8,4. Toch schatten we het welzijn van diergroepen verschillend in. Proefdieren krijgen een 5,7, productiedieren een 5,9, terwijl we het welzijn van wilde dieren met een 6,8 en gezelschapsdieren met een 7,2 aanzienlijk hoger inschatten. 

Veranderingen in onze omgang met dieren beginnen vaak met het schandaliseren van bepaalde thema’s of door en crisis zoals de Varkenspest en MKZ. Het Beter Leven-keurmerk ontstond nadat de Varkens in nood schokkende beelden publiceerde en zette op deze manier supermarkten aan tot ander inkoopbeleid. 

De relatie tussen mens en dier verschuift fundamenteel. Het huisdier komt dichterbij, terwijl het productiedier juist uit zicht raakt. Steeds vaker kennen we dieren een zekere zelfbeschikking toe, al verschilt hoe mensen zich tegenover dieren staan: als heerser, rentmeester of partner. Deze ontwikkeling heeft grote gevolgen voor de veehouderij. Ketenpartner, het ministerie en NGO’s zitten samen om tafel om tot een dierwaardige veehouderij te komen in 2040. Met de voorgenomen stappen kan Nederland een belangrijke stap maken op het gebied van dierenwelzijn. 

Wie voelt met wie? Empathie in de mens-dierrelatie

Prof. dr. Saskia Arndt is hoogleraar Diergedrag aan de Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht. Zij begon haar presentatie om te zeggen dat empathie wat anders is dan sympathie. Zij heeft eerder samengewerkt met de bekende wetenschapper Frans de Waal die veel onderzoek deed naar empathie. Hij introduceerde de ‘empathie ui’. In het midden zit een onbewuste laag emotionele besmetting. Daaromheen zit de laag van bezorgdheid. Dat is niet alleen stress en pijn voelen maar gericht gedrag om een ander te helpen met compassie en troostgedrag. De buitenste laag is perspectief nemen, je verplaatst je in de ander en zijn of haar behoeften.

Empathie is een subjectieve ervaring kun je heel moeilijk meten bij mens en dier. Meestal bestaat  het uit meerdere emoties. Mensen hebben de neiging het antwoord te geven dat jij als onderzoeker verwacht en ze willen het graag goed doen. Daarnaast is er een fysiologische reactie die is gebonden aan de emotie. En tot slot kun je naar gedrag kijken. Dat gebruik je dagelijks niet alleen in het lab maar ook bij mensen. 

Het is voor mens en dier ook functioneel om emoties te hebben, bijvoorbeeld als vorm van communicatie (angst, pijn of agressie herkennen). Of als bescherming (als een dier geen emoties herkent, kan het niet reageren en kan worden opgegeten). Maar ook ouderlijke zorg een jong troosten maar ook voor sociale interactie: waarschuwen, vrede stichten, helpen. Empathie bestaat niet alleen binnen een soort, maar ook tussen soorten. Saskia toonde verschillende filmpjes waarin je gedrag tussen dieren kon zien en afvragen of dit empathie was. Tot slot gaf ze aan dat onze relatie met dieren verschilt. We voelen empathie voor koeien als ze in de wei lopen, maar toch eten we vlees.

Als zorgen ook iets van jou vraagt: Over empathie, veerkracht en de menselijke kant van werken met proefdieren

Marian Verhage BSc is manager van het Gemeenschappelijk Dierenlaboratorium (GDL), Universiteit Utrecht & UMC Utrecht. In haar presentatie sprak ze over de kracht én de kwetsbaarheid van empathie. We het vinden vanzelfsprekend om goed voor de dieren te zorgen, maar dat we wel eens vergeten om ook goed voor de mens te zorgen die de proefdieren verzorgt. We vragen wel hoe een dier zich voelt, maar we stellen niet vaak de vraag aan de dierverzorger: ‘Hoe gaat het nou met jou?’ Het werken met proefdieren is soms zwaar. Bijvoorbeeld verlies van het dier, einde van een kolonie, afscheid van collega’s of het verdwijnen van werkzaamheden. Continue blootstelling kan een emotionele belasting opleveren, ook wel compassiemoeheid (compassion fatique) genoemd.

Je kunt mensen niet vragen om minder betrokken te zijn of om minder voor het dier te voelen. Een veerkrachtige Culture of Care begint met goed zorgen voor de mensen die dieren verzorgen. Dus meer aandacht voor de mens is belangrijk. Luisteren, erkennen, betrekken, ontwikkelen en perspectief bieden zijn belangrijke onderdelen om compassiemoeheid binnen de organisatie aan te pakken of te voorkomen. Dat kan alleen als je dat samen doet en blijvend aandacht aan dit onderwerp besteedt. Zo ontstaat een veerkrachtige Culture of Care.

Netwerken en borrel

Na al deze informatie was het zoals ieder jaar weer tijd om gezellig na te praten en ervaringen uit te wisselen onder het genot van een hapje en een drankje. We bedanken iedereen voor zijn of haar aanwezigheid en hopen jullie volgend jaar weer in grote getale te mogen verwelkomen.

Livestream terugkijken

Kon je niet aanwezig zijn en wil je graag de livestream bekijken? Dat is nog mogelijk tot 31 december 2026.

Bekijk de livestream