Nederland investeert al jaren in proefdiervrij onderzoek. Er zijn nieuwe methoden ontwikkeld en Nederland heeft een sterke internationale positie opgebouwd. Dit leidt echter niet vanzelf tot minder dierproeven. Het NCad concludeert dat er gerichte verandering nodig is in het hele systeem eromheen, van financiering, regelgeving, opleiding tot beoordelingskaders.

Zo veranderen ook de spelregels die nu vaak bepalen welke onderzoeksroute in de praktijk het meest voor de hand ligt. Dat staat in het nieuwste adviesrapport ‘Van niche naar norm - Transitieadvies: samenwerken aan een proefdiervrije samenleving’ dat het NCad op 9 september 2026 heeft aangeboden aan het Ministerie van LVVN.
NCad-voorzitter Prof. Dr. Nico van Meeteren: Een nieuwe methode kan uitstekend werken, maar als het systeem eromheen niet meebeweegt, blijft zo'n innovatie een niche. De volgende stap is dus niet nóg meer innoveren, maar ervoor zorgen dat wat er al is, ook echt doorwerkt in de onderzoekspraktijk.
Kritische reflectie van dierproeven eerder in het onderzoeksproces
Een fundamentele verschuiving is nodig om het gebruik van dieren te rechtvaardigen. In plaats van ‘kan deze dierproef worden vergund?’ is het nodig de vraag veel eerder in het onderzoeksproces te stellen: ‘welke onderzoeksstrategie is voor een gegeven kennisvraag wetenschappelijk én ethisch het best te rechtvaardigen?’ Die vraag weegt zwaarder nu groeiende wetenschappelijke kennis over wat dieren ervaren en hun cognitieve en sociale vermogens laten zien dat dierbelangen altijd structureel zijn onderschat.
Vijf pijlers, één samenhangende strategie
Het advies benoemt vijf pijlers die niet los van elkaar mogen worden opgepakt: governance en eigenaarschap, ethische actualisering, innovatie- en ketenbeleid, een gebundelde internationale strategie, en monitoring die laat zien of het systeem daadwerkelijk verandert.
De transitie loopt dwars door beleidsdomeinen, van wetenschap tot onderwijs en internationale regelgeving. Knelpunten ontstaan vaak juist tussen organisaties en beleidsdomeinen in, op plekken waar geen enkel ministerie vanuit de eigen verantwoordelijkheid zicht op heeft. Het NCad adviseert daarom een interdepartementale missie met gedeeld eigenaarschap.
Onafhankelijke regie
Om knelpunten op tijd te zien, pleit het NCad voor een onafhankelijke regiefunctie: los van de ministeries en waar signalen worden gebundeld die nu vaak pas laat en verspreid aan het licht komen. Zo worden signalen uit wetenschap, industrie en praktijk sneller herkend als gedeeld probleem, in plaats van dat ieder er alleen voor staat.